« Terug

Participatiewet - Veel gestelde vragen

De invoering van de Participatiewet en later de quotumregeling roept veel vragen op. De antwoorden op de meest gestelde vragen vind je hieronder.


Participatiewet

Quotumregeling


Participatiewet

 

Wat houdt de Participatiewet in?

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De Participatiewet vervangt de Wet sociale werkvoorziening (WSW), de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Het doel van de Participatiewet is dat zoveel mogelijk werknemers met een beperking aan het werk kunnen (participeren).

 

Hoeveel banen moet het hbo realiseren?

Volgens de banenafspraak uit 2013 moeten er voor 2026 125.000 extra banen worden gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking (dus bovenop het aantal mensen met een arbeidsbeperking dat al in dienst is). De overheids- en onderwijswerkgevers nemen gezamenlijk 25.000 banen voor hun rekening. De aantallen zijn verdeeld over de verschillende sectoren, waaronder hogescholen. Voor hogescholen gezamenlijk is afgesproken dat er in de periode 2014-2024 totaal 990 extra banen gerealiseerd moeten worden. Het gaat bij deze aantallen om extra banen ten opzichte van de nulmeting (peildatum januari 2013). Totaal waren er bij de nulmeting ca. 14.000 mensen met een beperking werkzaam in overheids- en onderwijssectoren.

 

Hoe zit het met de realisatie van de banenafspraak?

De realisatie van de banenafspraak wordt op diverse momenten gemeten, voor overheids- en onderwijswerkgevers gezamenlijk. Over 2017 en 2018 zijn de aantallen niet gehaald.

 

Wie behoren er tot de doelgroep? 

Het gaat om mensen met een Wajong of Wsw-indicatie, personen waarvan het UWV aangeeft dat ze tot het doelgroepregister behoren en de vso/pro-leerlingen die zich schriftelijk hebben gemeld bij UWV. Verder gaat het om de mensen die na de loonwaardemeting via de Praktijkroute in het doelgroepregister zijn ingestroomd. 

 

Wat houdt de praktijkroute in?

De Praktijkroute is, naast de reguliere beoordeling door UWV, een extra toegang tot het doelgroepregister van de banenafspraak. Mensen met een arbeidsbeperking die onder de doelgroep van de Participatiewet vallen, van wie op de werkplek via een gevalideerde loonwaardemethodiek is vastgesteld dat zij een loonwaarde hebben onder het Wettelijk Minimum Loon, worden zonder beoordeling door UWV opgenomen in het doelgroepregister en gaan tot de doelgroep banenafspraak behoren. 

Meer weten over de praktijkroute?

•    Voorlichtingsfilmpje van het UWV over de Praktijkroute

 

Hoe kan ik zien of iemand tot de doelgroep behoort?

Je kunt aan de hand van het loonheffingsnummer in het doelgroepregister zien welke van de werknemers behoren tot de doelgroep banenafspraak. Het doelgroepregister is bereikbaar via het werkgeversportaal van UWV.  

Meer weten over het doelgroepregister?

•    UWV – Doelgroepregister, Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

 

Kan een medewerker met een beperking ook uit het doelgroepregister stromen?

Ja dat kan. 
Personen stromen direct uit het doelgroepregister:

  • Wanneer ze de AOW-leeftijd bereiken 
  • Bij overlijden
  • Wanneer ze duurzaam geen arbeidsvermogen meer hebben
  • Wanneer ze een beschikking beschut werk van de gemeente krijgen
    Beschut werk: werk in dienstbetrekking voor mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt; deze mensen krijgen een dienstverband, gekoppeld aan een cao, waarvoor de gemeente de rol van werkgever vervult. 

Voldoet iemand niet meer aan de criteria voor opname in het doelgroepregister? Dan blijft hij in principe geregistreerd staan tot en met 31 december van het lopende jaar plus nog twee jaar daarna. Hij telt al die tijd mee voor de banenafspraak. Deze ‘meeteltermijn’ wordt de T+2 regel genoemd. Deze regeling is echter opgeschort tot en met 2025. Mensen die niet meer voldoen aan de voorwaarden om als arbeidsbeperkte geregistreerd te zijn, blijven in elk geval tot en met 31 december 2028 tot de doelgroep behoren. Ook blijven ze meetellen voor de banenafspraak en het quotum. 

 

Moet ik als hogeschool iets regelen met de SW-bedrijven en de uitzend- en detacheringsbureaus waarvan ik arbeidsbeperkt personeel uit de doelgroep inleen?

Ja, je moet iets regelen om ingeleende kandidaten uit de doelgroep voor jouw hogeschool mee te laten tellen. Zorg dat je met de organisaties waar je arbeidsbeperkt personeel inleent, goede afspraken maakt over het overdragen en administreren. De uitlenende organisatie moet je RSIN-nummer kennen en je moet het burgerservicenummer van de ingeleende medewerker uit de doelgroep kennen. 
Alleen organisaties die bedrijfsmatig personeel uitlenen mogen uren overdragen aan inleners. Een uitlener mag alleen uren overdragen als hij beschikt over een bepaalde SBI-codering  in het handelsregister. Het betreft de SBI-code 78201 (uitzendbureaus), SBI-code 78202 (uitleenbureaus), SBI-code 78203 (banenpools), SBI-code 7830 (payrolling) en SBI-code 32991 (sociale werkvoorziening). Uitlenende werkgevers zijn zelf verantwoordelijk voor een juiste SBI-code in het handelsregister. In het handelsregister kunnen inlenende werkgevers controleren of de uitlenende werkgever een juiste SBI-code heeft.

 

Hoe zit het met inschaling van mensen uit het doelgroepregister?

Volgens de cao voor het hoger onderwijs moeten medewerkers met een beperking tenminste in schaal 1 worden verloond. De meeste hogescholen verlonen mensen echter via de functieschaal die het beste past bij de werkzaamheden die uitgevoerd worden. 
Is iemand niet volledig inzetbaar, dan kan via de praktijkroute bekeken worden voor welk percentage iemand inzetbaar is op deze werkzaamheden. Op basis hiervan wordt via de praktijkroute het salaris bepaald.


Quotumregeling

 

De quotumregeling is nu geactiveerd. Wat houdt dat in?

Omdat overheids- en onderwijswerkgevers de aantallen van de banenafspraak met elkaar niet gerealiseerd hebben bij de twee-meting en de drie-meting, is het quotum arbeidsbeperkten geactiveerd. Te behalen aantallen zijn nu niet meer voor de gehele sector vastgesteld, maar per hogeschool. Er is vastgesteld dat 1,93% van het totaal aantal verloonde uren bij hogescholen moet bestaan uit mensen met een arbeidsbeperking. Met ingang van de quotumregeling maakt het niet meer uit of die persoon voor of na 1 januari 2013 in dienst is gekomen. Zij tellen allemaal mee in het totaal.

 

Wanneer gaat de quotumheffing in?

Het kabinet heeft besloten om over het eerste jaar na activering van de quotumregeling geen heffing op te leggen. Overheidswerkgevers hoeven in 2019 dus geen heffing te betalen als ze over 2018 niet voldoen aan het quotumpercentage. Ook komt er nog een vier-meting (eind 2018; publicatie juli 2019) en een vijf-meting (eind 2019; publicatie julie 2020), waardoor het quotum gedeactiveerd zou kunnen worden. Als overheids- en onderwijswerkgevers gezamenlijk over 2019 niet voldoen aan het dan geldende quotumpercentage, krijgen ze in 2020 een heffing opgelegd. De wetgeving hiervoor is in voorbereiding.

 

Wat betekent een quotumpercentage van 1,93%? Hoeveel banen moeten we realiseren?

Het quotumpercentage voor overheids- en onderwijswerkgevers is voor 2018 vastgesteld op 1,93%. Dit betekent dat 1,93% van het totaal aantal verloonde uren bij hogescholen moet bestaan uit mensen met een arbeidsbeperking. Ingeleend personeel met een arbeidsbeperking, zoals uitzendkrachten of gedetacheerde werknemers, mogen ook meetellen voor het quotum van de inlenende werkgever. Jaarlijks in oktober wordt het percentage voor het volgende jaar vastgesteld. Met onderstaande demoversie van de quotumcalculator kunt je uitrekenen hoeveel banen jouw hogeschool de komende jaren moet realiseren.

 

Tellen kandidaten die in dienst waren voor de banenafspraak ook mee?

Met ingang van de quotumregeling tellen alle mensen uit de doelgroep die bij uw hogeschool in dienst zijn mee voor het quotumpercentage. Het maakt daarbij niet uit hoe lang deze mensen al in dienst zijn, en of ze ook al voor 1 januari 2013 in dienst waren.

 

Met hoeveel gaat het percentage jaarlijks omhoog?

Daar kan op dit moment nog geen duidelijkheid over worden gegeven. Het quotumpercentage voor 2018 is vastgesteld. In oktober 2018 wordt het quotumpercentage voor 2019 vastgesteld. 

 

Hoe komt het dat een hogeschool door de quotumregeling soms meer banen moet realiseren dan eerst?

Het totaal aantal te behalen banen was met het instellen van de Participatiewet eerst gelijkelijk over de sector verdeeld. Met het ingaan van de quotumregeling is echter een te behalen percentage per hogeschool vastgesteld. Dat betekent dat, als je als hogeschool al veel arbeidsbeperkten in dienst had, je relatief minder inspanning hoeft te verrichten dan een hogeschool die nog nauwelijks arbeidsbeperkten in dienst heeft. In het laatste geval kunnen aantallen hoger uitvallen dan voorheen.

 

In hoeverre wordt bij de quotumregeling rekening gehouden met een daling van het personeelsbestand? 

Als het personeelsbestand van een bedrijf afneemt, werkt dit door in het aantal mensen uit de doelgroep dat in dienst moet zijn bij de werkgever. Het quotumpercentage wordt namelijk toegepast op het totaal aantal verloonde uren bij een werkgever. 

 

Hoe hoog wordt de boete?

Per niet ingevulde arbeidsplaats wordt jaarlijks een heffing van 5.000 euro opgelegd. De totale jaarlijkse boete kan per jaar dus behoorlijk oplopen. Voor het berekenen van deze heffing is een arbeidsplaats voor iemand uit de doelgroep gelijkgesteld aan 25,5 verloonde uren per week. Dit correspondeert met het gemiddeld aantal verloonde uren dat personen uit de doelgroep gemiddeld werken. 

Zestor, arbeidsmarkt- en opleidingfonds hbo is opgericht door partijen bij de cao-hbo: