« Terug

Hogeschool Rotterdam

Leertraject BDB/BKE

Beschrijving leertraject Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB), inclusief de Basis Kwalificatie Examinering (BKE)

aansluiting BDB (inclusief BKE) op onderwijs- en personeelsbeleid
opzet leertraject BDB (exclusief BKE)
toetsing en beoordeling van de BDB (exclusief BKE)
opzet traject Basis Kwalificatie Examinering (BKE)

Aansluiting BDB (inclusief BKE) op onderwijs- en personeelsbeleid

 

Doelgroep/toelatingseisen

Beleid ten aanzien van nieuwe docenten
Nieuwe docenten zonder onderwijsbevoegdheid dienen het BDB-traject te volgen. Dit gebeurt in het tweede werkzame jaar.

Beleid ten aanzien van zittende docenten
Sinds beginjaren 2000 heeft de hogeschool de BDB verplicht gesteld voor zittende docenten. De onderwijsbevoegdheid, regulier of BDB, is al jaren voorwaarde voor vaste aanstelling. 

Didactische bekwaamheid

De hogeschool hanteert bepaalde criteria om de didactische bekwaamheid van nieuwe en zittende docenten vast te stellen. Allereerst wordt vastgesteld of de docent wel of geen onderwijsbevoegdheid heeft. Als de docent geen bevoegdheid heeft, is hij/zij verplicht  het BDB traject te volgen. Als de docent wel een bevoegdheid heeft, hoeft hij/zij geen BDB traject te volgen. 

Een behaald BDB-certificaat bij een andere hogeschool wordt erkend, als de inhoud en omvang van deze opleiding overkomt met de eisen van BDB Hogeschool Rotterdam.
Voor alle docentfuncties is het verplicht een BDB traject te volgen, als de docent geen onderwijsbevoegdheid heeft. 

Intake

Aan het begin van het leertraject wordt een intake afgenomen. Doel van de intake is om kennis te maken en om te informeren over de inhoud en werkwijze van de opleiding en over de persoonlijke leerdoelen. De intake wordt afgenomen in de vorm van een vragenlijst en een gesprek door een docent van de BDB-opleiding. De deelnemende docent formuleert zijn leerdoelen in samenwerking met de leidinggevende. 

Maatwerk

Het is niet mogelijk om voor individuele deelnemers het traject aan te passen. Voor docenten met ruime ervaring bestaat wel de mogelijkheid om de BDB via een individueel traject te behalen. Na een intake bereiden de deelnemers zich dan voor op de eindbeoordeling, die gelijk is aan de beoordeling van de BDB-opleiding.

Anderstaligheid

Het traject kan in het Engels worden gevolgd. 

 

Opzet leertraject BDB (exclusief BKE)

 

Organisatie

  • De HR Academie is eigenaar en eindverantwoordelijk voor het hele traject
  • De hogeschool heeft een programma van eisen voor het BDB-traject. Vanuit dit kader is de uitvoerende partij verantwoordelijk voor de inhoud van het traject
  • De HR Academie is verantwoordelijk voor de organisatie van het traject
  • Het traject wordt centraal georganiseerd
  • Het traject wordt uitgevoerd door opleiders van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de Hogeschool Rotterdam

Leerdoelen/bekwaamheid

Het traject is afgestemd op de leerdoelen/bekwaamheid, zoals vastgelegd in het Protocol BDB (doceren, begeleiden van studenten, ontwerpen van onderwijs, toetsen en professioneel docentschap). De eindkwalificaties zijn beschreven in 5 segmenten: Professionele identiteit, Didactisch bekwaam, Pedagogisch bekwaam, Vakexpert en Organisatorisch bekwaam. Het accent ligt op de eerste drie segmenten.

Programma

De uitgangspunten voor het opleidingsprogramma zijn gebaseerd op Bouwstenen voor High Impact Learning (Dochy, Bergemans, Koenen, & Segers, 2015). Kernwoorden hierin zijn: urgent, divers, lerende gemeenschap, betekenisvol en actueel. Dit betekent dat het beginniveau van de docent uitgangspunt vormt voor het leerproces in de opleiding en dat gewerkt wordt met actuele casussen uit de eigen praktijk van docenten. Docenten werken aan individuele opdrachten, maar in leerwerkgroepen worden kennis en ervaring gedeeld en ondersteunen docenten elkaar. 

Reflectie op de eigen ontwikkeling door middel van een terugkerend zelfassessment en feedback van de opleider zijn richtinggevend voor de keuzen die de docent maakt ten behoeve van zijn ontwikkeling. Voor BDB- en BKE-certificering is een eindopdracht geformuleerd waarmee de docent minimaal aantoont de eindkwalificaties van de basisopleiding te hebben gehaald. De vijf segmenten van het segmentenmodel beschrijven de eindkwalificaties van de basisopleiding die leiden tot certificering. 

Belangrijke onderdelen uit het vaste programma zijn:

  • Lesvoorbereiding waarbij leerdoelen, toetsing en onderwijsactiviteiten op elkaar aansluiten
  • Toetsen analyseren, ontwerpen, uitvoeren, evalueren en verbeteren
  • Onderwijs uitvoeren, zowel lessen als begeleiding
  • Leerprocessen en het stimuleren van diepgaand leren
  • Aansluiten bij studenten en ze uitdagen om hun talenten en drijfveren in te zetten.
  • Rekening houden met verschillen en werken aan een inclusieve klas
  • Coachen van studenten
  • Het eigen handelen kritisch analyseren en verder ontwikkelen
  • Ontwikkelen van een eigen visie op doceren en het docentschap

Daarbij wordt steeds aangesloten op situaties uit de eigen werkpraktijk en aandacht besteed aan onderbouwing vanuit literatuur.

Duur en omvang

De totale studiebelasting is 240 uur. Daarnaast  hebben docenten voor minimaal 100 uur taken op het gebied van lesgeven, begeleiden en toetsen.
De doorlooptijd is een semester. 

Cursusmateriaal

Het cursusmateriaal bestaat uit een Opleidingsgids, een online leeromgeving en onderstaande boeken:

  • Biggs, J., & Tang, C. (2007). Teaching for quality learning at university (Society for research into higher education).
  • Scager, K., & Thoolen, B. (2006). De docent als coach. Wolters-Noordhoff.
  • Bijkerk, L. (2015). Basis Kwalificatie Examinering in het hoger beroepsonderwijs. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. 
  • Berkel, H. van, Bax, A., & Joosten-ten Brinke, D. (2014). Toetsen in het hoger onderwijs. Bohn Stafleu van Loghum. 

 

Toetsing en beoordeling van de BDB (exclusief BKE)

 

Toetsing en beoordeling

De toetsing van de Basisopleiding Didactiek doet recht aan de geformuleerde uitgangspunten van leren: urgent, divers, lerende gemeenschap, betekenisvol en actueel. De vijf segmenten van het segmentenmodel beschrijven de eindkwalificaties van de basisopleiding die leiden tot certificering. 
Met de certificering zijn de basisvaardigheden aangetoond om als reflectieve professional verder door te ontwikkelen naar het niveau ‘gevorderd docent’. 

De principes van programmatisch toetsen (Van der Vleuten, 2012; https://lerenvantoetsen.com/symposium-3-juni-2016/) zijn vertaald in de volgende uitgangspunten:

  • Er wordt gebruikgemaakt van vele feedbackmomenten voordat een eindbeoordeling plaatsvindt
  • Bij de feedback staat het leren van de docenten voorop
  • De deelnemende docent houdt de eigen voortgang bij in een portfolio
  • De opleider heeft een begeleidende rol en geeft uiteindelijk een advies aan de beoordelingscommissie. 

Gedurende de opleiding wordt gewerkt aan een eindopdracht ‘professioneel portret’ met een portfolio met ondersteunend bewijsmateriaal. Deze eindopdracht is kwalificerend en vormt de basis voor de eindbeoordeling door een team van assessoren. Onderdeel van de eindopdracht is een BKE-opdracht die beoordeeld wordt aan de hand van dezelfde criteria als de BKE voor de andere docenten.

Daarnaast wordt gedurende de opleiding gewerkt aan opdrachten die corresponderen met de eindkwalificaties uit het segmentenmodel. Deze opdrachten zijn niet kwalificerend en hebben vooral een formatieve functie: het verkrijgen van feedback op het leerproces.

Certificering

Deelnemers ontvangen een BDB en een BKE-certificaat. 
Voorwaarde om een certificaat te ontvangen is een voldoende beoordeling van de eindopdracht.

De certificering heeft een onbepaalde geldigheidsduur. 

Het certificaat wordt afgegeven door het Assessmentcentrum van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de Hogeschool Rotterdam. Dit assessmentcentrum is Hobeon-gecertificeerd.

 

Opzet traject Basis Kwalificatie Examinering (BKE)

 

Doelgroep / toelatingseisen

Beleid ten aanzien van nieuwe docenten
Alle andere docenten van de hogeschool volgen vanaf 2016 het BKE-traject in de BDB-opleiding.

Beleid ten aanzien van zittende docenten
Iedere zittende docent van de hogeschool volgt het BKE traject. Dit gebeurt in de periode 2015 tot 2021. 

Toetsdeskundigheid

De hogeschool hanteert een rubric om de toetsdeskundigheid van nieuwe of zittende docenten vast te stellen. 
Een BKE-certificaat dat behaald is bij een andere hogeschool wordt erkend, maar dat is anno 2015 nog geen werkelijkheid.

Er zijn geen docentfuncties waarvoor het niet noodzakelijk is een BKE-traject te volgen. 

Intake

Voorafgaand aan het traject wordt een intake gehouden. Het doel van de intake is om een toelichting op de BKE en het assessment te geven. De intake vindt plaats in de vorm van een kleinschalige introductiebijeenkomst en wordt afgenomen door interne deskundigen op het gebied van toetsing. De rol van de leidinggevende bij de intake is dat hij/zij toestemming geeft voor het volgen van het traject en de docent faciliteert.

Maatwerk

Het traject is een maatwerktraject binnen het kader BKE van de hogeschool. Het assessment is voor alle docenten gelijk, de professionalisering is maatwerk. 

Anderstaligheid

Het traject kan ook in het Engels worden gevolgd.

Organisatie

  • HR Academie is eigenaar en eindverantwoordelijk voor het BKE-traject. 
  • De expertisegroep Toetsen en beoordelen is verantwoordelijk voor de inhoud van het traject. 
  • HR Academie is verantwoordelijk voor de organisatie van het traject. 
  • Het traject kan zowel centraal als decentraal worden uitgevoerd. Het assessment wordt centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats door interne deskundigen.
  • Het assessment wordt uitgevoerd door een intern asessmentbureau met een Hobeon certificering.

Leeruitkomsten / indicatoren

Het traject is afgestemd op de leeruitkomsten en indicatoren zoals vastgelegd in ‘Verantwoord Toetsen en Beslissen in het Hoger Beroepsonderwijs’ (Vereniging Hogescholen, oktober 2013). 

Programma

  • Het traject bestaat uit een cursus, losse modules, begeleiding of zelfstudie. 
  • Er wordt gewerkt vanuit het onderwijsconcept van ervaringsgericht leren. 
  • De begeleiding in het programma is georganiseerd door middel van feedback van collega’s en deskundigen.
  • De volgende thema’s komen aan de orde:
    • Basisontwerp en toetsmatrijs
    • Construeren toets en normeren
    • Afnemen, beoordelen, verwerken, analyseren.
  • De volgorde waarin de onderdelen worden behandeld is registreren, communiceren, evalueren van de hele toetscyclus. 
  • Er wordt een variëteit aan werkvormen gehanteerd. 

Duur en omvang

De studiebelasting is 56 uur voorbereiding, 12 uur assessment. De doorlooptijd is minimaal een half jaar.

Cursusmateriaal

Het cursusmateriaal bestaat uit handleidingen, literatuur en video’s. 

Toetsing en beoordeling

Er vindt toetsing van het traject op leeruitkomsten/ indicatoren plaats. 

Beoordeling vindt plaats op basis van een portfolio en een assessmentgesprek. Onderdelen van het portfolio zijn een evaluatie en bijstelling van een toets (hele toetscyclus). In het assessmentgesprek wordt minimaal doorgevraagd naar indicatoren die nog niet helder uit het portfolio zijn aangetoond. 

Het assessment wordt afgenomen door het assessmentbureau van Hogeschool Rotterdam met een extern kwaliteitskeurmerk (Hobeon certificering).

Certificering

Deelnemers ontvangen een certificaat. De certificering heeft een onbepaalde geldigheidsduur. Het certificaat wordt afgegeven door een intern assessmentbureau met een extern kwaliteitskeurmerk (Hobeon certificering).
 

Meer informatie

Liesbeth van Os
Adviseur HRD / coördinator HR Academie
  e.van.os-biemond@hr.nl

terug naar de lijst met hogescholen

Bijgewerkt oktober 2019

Zestor, arbeidsmarkt- en opleidingfonds hbo is opgericht door partijen bij de cao-hbo: