Versterking Medezeggenschap

Op 10 november 2011 gingen voorzitters en leden Medezeggenschapsraad, P&O adviseurs, vakbondsbestuurders en andere geïnteresseerden uit het hbo met elkaar in gesprek over de versterking van de kwaliteit van de medezeggenschap op de hogescholen. Hoe bereiken we dat? Wat moet daarvoor worden gedaan? ‘De bijeenkomst bood een unieke kans, inhoudelijk zo nergens elders vertoond’, aldus een van de deelnemers.

Rol Zestor in versterking Medezeggenschap

In haar welkomstwoord geeft Jeannette de Vries, secretaris Zestor, aan dat het bestuur van Zestor versterking van kwaliteit van de medezeggenschap een belangrijk thema vindt. Zij wijst kort op de andere activiteiten van Zestor, zoals bijvoorbeeld de site werkenbijhogescholen.nl en de subsidieregelingen rond Professionele Ruimte, (H)Erkend MultiTalent en 500 POP. De Medezeggenschapsraad of de OR kan richting de bestuurder een stimulerende rol vervullen bij het gebruik van deze regelingen en het inzetten van de door het fonds ontwikkelde instrumenten. Aan het eind van deze bijeenkomst hoopt ze voorstellen te zien, waarmee het fonds concreet aan de slag kan gaan om de Medezeggenschap in het hbo daadwerkelijk te versterken.

Naar een zelfstandige positie van de medezeggenschap op de hogescholen

Rienk Goodijk, senior consultant bij GITP en bijzonder hoogleraar Governance in het semi-publieke domein, TiasNimbas Business School, Universiteit van Tilburg, schetst in zijn inleiding een aantal kernbegrippen die volgens hem van belang zijn voor de kwaliteit van de medezeggenschap. De zelfstandige positie ziet hij vooral in de relatie met de bestuurder. En ingevuld worden in samenwerkingsrelaties met onder andere werknemersorganisaties.

Hij vindt het van het grootste belang dat de medezeggenschap vroeg betrokken raakt, en vooral op het proces van besluitvorming en keuzes gericht is. ‘Daarvoor moet de medezeggenschap veel meer een netwerkorganisatie gaan worden met verbindingen naar de stakeholders. Regelmatig overleg met de Raad van Toezicht hoort hier bij.’ Hij ziet organisaties zichzelf en hun structuur voortdurend vernieuwen en de medezeggenschap moet daar volgens hem volop en midden in staan. ‘Raad van Toezicht en medezeggenschap hebben gezamenlijke belangen.’

‘Een belangrijk aspect om kwaliteit in de medezeggenschap te borgen, is het voeren van functioneringsgesprekken en het beoordelen van de deelnemers in de medezeggenschap met en van elkaar.’ Volgens Goodijk past het om uitkomsten van gesprekken over functioneren en beoordelen ook te delen met de bestuurder als uitgangspunten om aan kwaliteitsverbetering te werken. In een professionele medezeggenschap passen ook beschreven profielen met een afzonderlijke rolbeschrijving voor ieder lid.

Ter afsluiting van zijn inleiding geeft Goodijk een groot aantal aandachtspunten en onderwerpen voor vernieuwing van de medezeggenschap. Strategisch participeren door de medezeggenschap, vroegtijdige, procesmatige betrokkenheid en professionalisering van het overleg inbedding van de medezeggenschap in de bedrijfsvoering zijn wat hem betreft de velden waarop vernieuwing en kwaliteitsverbetering zich moeten gaan afspelen.

Verhouding vakbonden en de medezeggenschapsorganen

Frans Brekelmans, onder andere bestuursadviseur Algemene Onderwijsbond, verbonden aan de vakgroep Staats- en Bestuursrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam, rechter – plv. Dordrecht en Rotterdam, geeft, mede vanuit zijn langjarige ervaring binnen de vakbeweging, aan de hand van enkele voorbeelden aan hoe de medezeggenschap en afspraken in de collectieve arbeidsovereenkomst elkaar raken en aan kunnen vullen. ‘Kernpunt is dat de uitwerking van afspraken in de cao die niet (uitputtend) volledig inhoudelijk uitgewerkt zijn, onderwerp van op instemming gericht overleg met de medezeggenschap is. Belangrijk is dan weer wel of de MR de individuele medewerker kan binden met gemaakte afspraken. Wettelijk blijft het primaat voor overleg over de arbeidsvoorwaarden bij de vakbonden.’

Hij is er van overtuigd dat de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering in de medezeggenschap vooral liggen in het vormen en versterken van de coalitie met de werknemersorganisaties. ‘De bonden maken de cao-afspraken en onderhandelen over sociale plannen, de medezeggenschap beoordeelt de gronden voor reorganisaties en overlegt over de invulling van de cao-afspraken. Taak- en formatiebeleid zijn onderwerpen voor overleg met de medezeggenschap, salarisontwikkelingen en het koppelen van de functiezwaarte aan schalen zijn voor het overleg van sociale partners.’ Hij adviseert de medezeggenschap vooral te investeren in de coalitie met de bonden als belangrijke basis voor de kwaliteitsverbetering.

Inhoudelijk gevolg aan het uiteindelijke standpunt van de medezeggenschap

Na een korte pauze reageert Jan Willem Bruins, docent bij hogeschool Windesheim en voorzitter Vereniging van Medezeggenschapsraden van hogescholen, op de beide inleidingen. Hij onderschrijft op hoofdlijnen de lijn zoals Frans Brekelmans deze heeft geschetst. ‘Een goede coalitie met bonden is heel belangrijk voor het goed functioneren van de medezeggenschap’, zo is ook zijn ervaring en visie.

In zijn reactie op de inleiding van Rienk Goodijk benadrukt hij het positionele in de opstelling van de medezeggenschap. Het gaat volgens Bruins evenzeer over de afsluiting van het overleg met een standpunt (waarmee positie gekozen wordt) als over het overleg zelf. ‘Betrokkenheid bij het proces stelt niets voor als er geen inhoudelijk gevolg wordt gegeven aan het uiteindelijke standpunt van de medezeggenschap.’


Aspecten rond kwaliteit en verbetering Medezeggenschap

Tijdens de forumdiscussie komen een aantal aspecten rond kwaliteit en de verbetering hiervan naar voren:

  • De vraag is of functioneren en beoordelen wel zo opgepakt moeten worden als Goodijk heeft geschetst, het risico kan zijn dat de deelnemers aan de medezeggenschap alleen afgerekend worden op standpunten.
  • Misschien moet de medezeggenschap wel sterker positioneel geprofileerd worden als eigenstandig orgaan binnen de organisatie en op grotere afstand van de bestuurder.
  • Buiten alle inhoudelijke aspecten moeten zaken als werkdruk, ook en soms vooral voor deelnemers aan de medezeggenschap, en bemensing van de medezeggenschap niet uit het oog worden verloren.
  • De aandacht voor het proces en de vroegtijdige betrokkenheid hierin kan geen alternatief zijn voor het duidelijk innemen van een eigen positie als medezeggenschap.
  • Vraag is of in veel situaties de bestaande regelgeving in reglementen wel ruimte biedt aan andere invullingen van de medezeggenschap.
  • Betrokkenheid bij en participatie in de invulling van de medezeggenschap door de achterban worden als voorwaarden voor kwaliteitsverbetering, maar ook als vraagstukken waarvoor niet direct oplossingen voorhanden zijn, gezien.
  • In dit kader wordt gewezen op het belang van goede, dat wil zeggen doelgerichte en activerende, communicatie met de achterban.

Bijlagen

 

 

Share | PrintRSS