It takes two to tango – 16 april 2009

De themamiddag over generatiemanagement in het hbo kent een ongewone, verrassende opening. Op het podium van het Schiller Theater worden drie stijlvolle Argentijnse tango’s vertolkt. De danspassen van het duo El Gancho vloeien moeiteloos in elkaar over. Een inspiratiebron voor betere samenwerking tussen generaties op de werkvloer? Eén ding is zeker: ‘It takes two to tango!’

Het GeneratieRaadsel

Two to tango? Spreker Aart Bontekoning wil zelfs een stapje verder gaan. Volgens de organisatiepsycholoog en veranderkundige zijn er – als het om generaties gaat – namelijk vier partijen nodig. Bontekoning onderscheidt de Protestgeneratie (1940-1955), Generatie X (1955-1970), de Pragmatische Generatie (1970-1985) en de Screenagers (1985-2000).

Hij constateert dat onze jonge professionals van de Pragmatische Generatie tegen een trage cultuur ‘aanknallen’. ‘Ze slagen er niet in om de goudmijn aan kennis en ervaring van oudere collega’s op te graven. De nieuwe generatie past zich aan, in plaats van zichzelf te zijn en te vernieuwen.’ Bontekoning noemt dit het GeneratieRaadsel: ongewild en onbewust remmen we organisatievernieuwingen.

Hoe we deze impasse kunnen doorbreken? ‘De verandering loopt rechtstreeks jullie organisaties binnen, als medewerker én student. Als je die nieuwe generaties ondersteunt in hun vernieuwingsdrang, levert het energie op bij álle generaties. Het is een fundamentele manier van cultuur veranderen die besmettelijk werkt.’

Meester-gezelrelaties

Hoe breng je alle aanwezige kennis binnen een organisatie naar boven? Bijvoorbeeld door het combineren van frisse blikken en oude rotten, stelt Anke Brockmöller, adviseur bij GITP. ‘Dat gebeurt in Nederland nog veel te weinig, omdat organisaties erg horizontaal zijn georganiseerd. Neem bijvoorbeeld de moderne traineeships, waarbij leeftijdsgenoten bij elkaar zitten om van elkaar te leren. Samenwerkingsverbanden door generaties hebben een veel grotere meerwaarde.’

Als voorbeeld noemt Bockmöller de meester-gezelrelatie. Voor haar promotieonderzoek begeleidde en onderzocht Bockmöller ruim dertig meester-gezelparen in diverse organisaties. Geslaagde meester-gezelrelaties leiden tot wederzijdse leerervaringen, versnelde (persoonlijke) ontwikkeling en uiteindelijk zelfs tot innovatie, vertelt ze. ‘Veel kennis is niet effectief over te dragen via leerboeken, maar alleen door nieuwe werknemers te koppelen aan ervaren collega’s. Door mee te lopen, goed door te vragen en feedback te krijgen kun je enorm veel praktische ervaring opdoen, zonder direct verantwoordelijkheid te dragen.’

Leren doe je samen

Dat je geen jonge hond hoeft te zijn om te vernieuwen, bewijst Gerard Schotanus, docent aardrijkskunde en studiecoördinator op de pabo van Driestar Educatief in Gouda. Onder zijn collega-babyboomers bespeurde hij veel weerstand en verandermoeheid. Om de generatiekloof te verkleinen en te zorgen voor nieuw elan, startte de pabo twee jaar geleden met het pilotproject ‘Leren doe je samen’. Duo’s van 55-plussers en nieuwkomers trokken met elkaar op om van elkaar te leren en elkaar vakinhoudelijk op een hoger plan te tillen.

Schotanus vertelt vol enthousiasme over het wederzijds leren: ‘Zelf vormde ik een duo met een jonge ICT-docent van de schoolbegeleidingsdienst. We konden het op persoonlijk vlak meteen goed vinden. Ik kon hem natuurlijk goed helpen bij het lesgeven en de omgang met zijn leerlingen. Op mijn beurt wilde ik graag weten hoe ik met een smart board, gps-systemen en Google Earth kon werken. Die kennis deel ik nu weer met mijn collega’s in de vakgroep!’


Terug naar overzicht

Share | PrintRSS